Menu
De Pen
68.21. Toen riepen zij tot elkander in de morgen,
68."22. Zeggende: ""Gaat vroeg naar uw veld indien gij het fruit wilt plukken."""
68.23. En zij gingen fluisterend met elkander op weg.
68.24. Laat heden geen arme bij u binnen komen.
68.25. En zij gingen vroeg in de morgen uit, (denkende) dat zij de macht hadden om het te verhinderen.
68."26. Maar toen zij de tuin zagen, zeiden zij: ""Voorwaar, wij zijn verdwaald!"
68."27. Neen, wij zijn beroofd."""
68."28. De beste onder hen sprak: ""Zeide ik niet tot u: 'Waarom looft gij (God) niet?'"""
68."29. Nu riepen zij uit: ""Glorie zij U, onze Heer! Voorzeker wij waren onrechtvaardig."""
68.30. Toen gingen zij elkaar beschuldigen.
68."31. En zeiden: ""Wee ons, wij waren inderdaad overtreders."
68."32. Het kan zijn dat onze Heer ons een betere tuin dan deze zal geven, wij wenden ons tot onze Heer."""
68.33. Zo is de straf (voor dit leven). En voorwaar, de straf van het Hiernamaals zal nog groter zijn, konden zij dit maar begrijpen!
68.34. Inderdaad, voor de rechtvaardigen zijn er verrukkelijke tuinen bij hun Heer!
68.35. Zullen Wij dan degenen die zich onderwerpen even als de schuldigen behandelen?
68.36. Wat is er met u? Hoe oordeelt gij?
68.37. Hebt gij een Boek waarin gij leest?
68.38. Dat gij alles waarnaar gij verlangt zult verkrijgen?
68.39. Of hebt gij enige verdragen met Ons gesloten tot de Dag der Opstanding zodat gij dan alles zult hebben wat gij zult willen?
68.40. Vraag hun, wie van hen daar borg voor is.
Buscar en el Corán
Acceso suras
Acceso Versos